Utricularia sandersonii, ook wel Konijnenoor-blaasjeskruid genoemd, is een bijzondere vleesetende kamerplant die bekendstaat om zijn kleine witte bloemetjes met een vorm die doet denken aan konijnenoortjes. De plant vormt een dicht tapijt van frisgroene blaadjes en vangt microscopisch kleine prooidieren met minuscule vangblaasjes onder het substraat. Dankzij zijn compacte groei en langdurige bloei is Utricularia sandersonii een geliefde keuze voor terrariums en vochtige vensterbanken.
Houd het substraat voortdurend vochtig. Gebruik bij voorkeur regenwater, osmosewater of gedemineraliseerd water. Laat de plant nooit volledig uitdrogen.
Utricularia sandersonii groeit het beste op een plek met veel helder, indirect licht. Een beetje ochtendzon is geen probleem, maar vermijd langdurige felle middagzon.
De ideale temperatuur ligt tussen de 18 en 26 °C. Vermijd temperaturen onder de 10 °C.
Een hoge luchtvochtigheid is ideaal. De plant voelt zich uitstekend thuis in een terrarium, kas of andere vochtige omgeving.
Extra voeding is niet nodig. De plant haalt voedingsstoffen uit microscopisch kleine organismen die hij met zijn vangblaasjes opvangt. Gebruik geen gewone kamerplantenvoeding.
Verpot de plant iedere één tot twee jaar of wanneer het substraat begint af te breken. Gebruik een voedingsarm mengsel, zoals veenmos met perliet of fijn kwartszand.
Snoeien is niet nodig. Verwijder alleen verdroogde bloemetjes of afgestorven delen om de plant netjes te houden.
Nee. Utricularia sandersonii staat niet bekend als giftig voor katten en honden. Door zijn kleine formaat is het echter verstandig om de plant buiten bereik van nieuwsgierige huisdieren te houden.
Ja. Onder het substraat zitten piepkleine vangblaasjes waarmee de plant microscopisch kleine organismen opvangt en verteert.
Te weinig licht of een te droge omgeving zijn de meest voorkomende oorzaken. Bij voldoende licht kan de plant bijna het hele jaar door bloeien.
Utricularia sandersonii verdraagt geen droge potgrond. Houd het substraat voortdurend vochtig met kalkarm water.
Nee. De plant vangt zelf microscopisch kleine organismen en heeft geen extra voeding of insecten nodig.
Ja. Dankzij de hoge luchtvochtigheid en constante vochtigheid is een terrarium een ideale groeiplek.
De plant breidt zich vanzelf uit via ondergrondse uitlopers. Tijdens het verpotten kun je een deel voorzichtig scheiden en opnieuw oppotten.
Bruine bladeren ontstaan meestal door uitdroging, een te lage luchtvochtigheid of het gebruik van kraanwater met veel kalk.
Nee. Gebruik bij voorkeur regenwater, osmosewater of gedemineraliseerd water. Kraanwater bevat vaak te veel kalk en mineralen.
Tijdens warme zomerdagen kan de plant buiten op een beschutte plek staan, zolang het substraat vochtig blijft en de temperatuur niet te laag wordt.
De plant blijft compact en wordt meestal 3 tot 8 centimeter hoog. Door de ondergrondse uitlopers kan hij zich wel uitbreiden tot een dicht tapijt van tientallen centimeters breed.